Jongeren en hun digi taal

digitaalAansluiten en bruggen bouwen. Dat is de kracht van jonge adviseurs. Een kracht die we ook moeten gebruiken bij onze opdrachten in de jeugdzorg. Schakelen tussen het directe contact met jongeren en hulpverleners. Maar ook tussen de leidinggevenden van de hulpverleners en de beleidsbepalers. Dankzij deze schakel positie hebben we het vermogen om knelpunten zichtbaar te maken. De knelpunten die jongeren tegenkomen in de hulpverlening. Knelpunten waar hulpverleners tegenaan lopen.
Direct gevolg van deze knelpunten zijn ondermeer onvrede bij cliënten en hulpverleners, en toenemende regeldruk.1 Zo vinden cliënten in de jeugdzorg het vaak vervelend om meerdere keren hun verhaal opnieuw te moeten vertellen. Een logisch gevolg van het grote verloop onder hulpverleners plus de verschillende soorten hulpverlening. Anderzijds lopen hulpverleners steeds meer tegen de vele verplichte registratiemomenten aan. Dat gaat ten koste van het directe contact met de cliënten.
En dat terwijl we in het digitale tijdperk leven. Technische ontwikkelingen – oplossingen! – volgen elkaar in hoog tempo op. Wat vandaag vernieuwend en baanbrekend is, is morgen normaal en overmorgen verouderd. Waar de oudste generatie het doet met een vaste telefoon, beschikt de generatie daaronder over een mobieltje om ‘mee te bellen’ terwijl jongeren inmiddels met hun mobiele telefoon vooral internetten. En daarmee vorm geven aan hun sociale leven. De taal van jongeren wordt steeds meer digitaal. De vraag is: ligt hier geen oplossing voor bovengenoemde knelpunten? Kan de jeugdzorg profiteren van de digitale ontwikkelingen?

Een onderliggende uitdaging van deze vraagstukken is: aansluiten. Aansluiten bij de nieuwe ontwikkelingen. Maar ook: hulpverleners die aansluiten bij jongeren. Willen we iets bereiken bij jongeren dan moeten we aan weten te sluiten bij hun wereld. In hulpverleningstermen: invoegen, engageren, mensen meenemen. Mooie woorden, maar hoe maken we die waar? Een lopend project van de provincie Noord-Brabant en adviesbureau BMC is hiervan een goed voorbeeld. Een project waarbij jongeren de kans krijgen om hun eigen digitale dossier vorm te geven. Hun opdracht: presenteer jezelf op je eigen manier aan hulpverleners die bij jou betrokken zijn,
Geen gekke gedachte. Vrijwel elke jongere heeft tegenwoordig een of meerdere sociale profielen waarop ze zichzelf presenteren. Hyves, Facebook, een persoonlijk chatprofiel, of allemaal. Een rondgang langs deze pagina’s maakt indruk. In de eerste plaats vanwege de hoeveelheid ‘vrienden’ die jongeren hebben. Daarnaast valt de creativiteit op waarmee jongeren hun pagina vullen. Met grote regelmaat kom je een hyvesprofiel tegen dat niet zou misstaan in een museum. Misschien komt het er wel een keer van – een museum voor persoonlijke, digitale profielen.

Deze creativiteit zien we ook terug bij het project in Noord-Brabant. Hieraan werken jongeren mee die in sommige gevallen al een heel leven in de jeugdzorg achter de rug hebben. Die niet zelden teleurgesteld zijn in de hulpverlening, zich onbegrepen voelen. De houding van deze jongeren veranderde op het moment dat ze van ons de opdracht kregen: maak je eigen digitale dossier, waarin jij je eigen verhaal vertelt.
Het begin was aarzelend. De jongeren dachten nog in hulpverleningstermen. “Moet ik nou zeggen wat mijn probleem is?” en daaropvolgend: “Mag ik ook zeggen waar ik goed in ben?” En dat mocht. Het was hun opdracht. Er waren geen regels, geen voorwaarden, geen formats waar aan voldaan moest worden. Tegelijkertijd was het een spannend moment voor ons: waar zouden de jongeren mee komen? Zou het iets toe kunnen voegen aan de hulpverlening waar deze jongeren toch echt wel behoefte aan hebben?
We hebben de jongeren aan de slag gezet, terwijl wij zelf op afstand aanwezig bleven. En het resultaat was bijzonder. Zo plaatste een meisje gedichten op haar eigen site, die we voor deze opdracht hadden gecreëerd. Over hoe zij het leven ervaart, wat haar pijn en verdriet is. Over hoe ze kijkt naar haar toekomst. Een jongen maakte een filmpje over zijn leven, waarin hij vertelde wie hij is en wat hij allemaal heeft meegemaakt. Een derde jongere plaatste een powerpoint-presentatie op haar site. “Want dit ben ik.” Weer anderen schreven zogenaamde “blogs” over hun leven en wat ze meemaken in hun dagelijks leven. Elke jongere uitte zich op zijn eigen, unieke manier, vaak met foto’s erbij.
Het is boeiend om te zien hoe deze jongeren opbloeiden en actief aan de slag gingen. Dit was dan wel jeugdzorg, maar de jongeren voelden zich serieus genomen. Ze konden hun (digi)taal spreken – en daarvoor hun ‘digitalent’ gebruiken. Ze konden vertellen wat ze graag wilden bereiken in het leven. Ze konden op hun manier aangeven waar ze allemaal tegenaan zijn gelopen in hun korte levens. Voor ons kwam nu de volgende vraag: wat kunnen hulpverleners hier nu mee?
In de eerste plaats kunnen hulpverleners aansluiten bij de jongeren. Doordat jongeren zichzelf op hun eigen manier presenteren krijgt de hulpverlener een totaalplaatje van de jongere, en heeft een ingang. Het gesprek en daarmee een vertrouwensband komt dan makkelijker tot stand omdat de jongere zelf zijn verhaal kan vertellen op een manier die bij hem of haar past.
In de tweede plaats is een digitaal dossier dynamisch – er kan op elk moment mee en in gewerkt worden. Dit in tegenstelling tot een ‘statisch’ hulpverleningsplan en de evaluatie hiervan – na 6 weken, 3 maanden, 6 maanden,,,. De doelen die een jongere volgens het hulpverleningsplan moet behalen kunnen ook digitaal worden ‘gemeten.’ En dat kan op elk moment van de dag. Daarmee maak je jongeren ook meer eigenaar van hun eigen probleem.
In de derde plaats is een digitaal dossier wat door jongeren en hulpverleners samen beheerd kan worden een uitstekend voorbeeld van engageren (invoegen, aansluiten..). Op een manier die tegelijkertijd de regeldruk aanpakt. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat cliënten in de jeugdzorg het vervelend vinden om steeds opnieuw hun verhaal te moeten vertellen.2 Door een eigen digitaal dossier te beheren hoeft dit niet meer – of gaat het in ieder geval makkelijker.

Hierdoor worden de verschillende knelpunten die wij eerder benoemden voor een deel weggenomen. Jongeren beheren hun eigen dossier en daarmee hun eigen verhaal. Doordat hun verhaal digitaal beschikbaar is hoeven ze dit niet steeds opnieuw te vertellen. Tegelijk is er meer direct contact tussen jongeren en hulpverleners via de digitale omgeving. Registreren en contact hebben gaan hand in hand. Daardoor neemt de ervaren regeldruk bij hulpverleners af.
Natuurlijk moeten er veel stappen gezet worden voordat we hieraan toe zijn. Zowel in ons denkproces als qua technische mogelijkheden. Daarbij komen grote vraagstukken – uitdagingen! – aan de orde. Te denken valt dan aan bijvoorbeeld de privacy, de techniek en de digitale opvoeding van jongeren (wat zet je wel en niet op het internet). Dit laatste punt is tevens een maatschappelijk vraagstuk waarvoor beleid en visie nodig is.

De hulpverlening draait in onze optiek om het op weg helpen van cliënten die op de een of andere manier in de problemen zijn geraakt. Zo ook in de jeugdzorg. Daarbij blijft een cliënt zelf de eigenaar van zijn probleem. Hulpverleners zijn hierin ondersteunend. Dat is een visie waar we steeds meer naar toe moeten werken. Voor een succesvol hulpverleningstraject is aansluiting dan ook van essentieel belang. Laten we de jongeren in de jeugdzorg daarom ruimte geven om hun taal te spreken en ze daarmee ondersteunen om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Zij zullen hiervan profiteren, en onze maatschappij ook. Want niemand is gebaat bij blijvende knelpunten in de jeugdzorg terwijl we de middelen hebben om deze op te lossen.

Drs. Masja Schuyt (31) en Drs. JaapJan Boer(29) zijn adviseurs bij BMC en houden zich vooral bezig met opdrachten in de jeugdzorg.

1 Zie bijvoorbeeld het rapport “Nulmeting ervaren regeldruk in de brede Jeugdketen”, Cap Gemini, (Utrecht, september 2008)

2 Ibidem

Geen gerelateerde posts.

Tags:, , ,

Comments (1)

 

  1. Bart zegt:

    Interessant; maar hoe houd je de aansluiting?

Leave a Reply